Mainmenu
Neo-Impressionism
Verwijst naar een schilderstijl en kunsttheorie die wordt geassocieerd met een groep Franse kunstenaars die tussen 1886 en 1906 werkzaam waren. De term werd voor het eerst vermeld door Félix Fénéon, in een recensie van de achtste en tevens laatste impressionistische tentoonstelling van 1886. Door het gezamenlijk exposeren van hun werk binnen één ruimte benadrukten Camille Pissarro, Lucien Pissarro, Paul Signac en Georges Seurat dat ze dezelfde visie onderschreven. Andere kunstenaars die in deze stijl werkten, waren Charles Angrand, Louis Hayet, Henri Edmond Cross, Léo Gausson, Hippolyte Petitjean, Albert Dubois en Maximilien Luce. Seurat wordt als de belangrijkste exponent van deze stroming beschouwd. Het neo-impressionisme ontwikkelde zich uit het impressionisme, maar zette zich er ook tegen af. Evenals bij het impressionisme stonden licht en kleur centraal. Het impressionisme was echter spontaan en empirisch van aard, terwijl het neo-impressionisme zich nadrukkelijk baseerde op wetenschappelijke grondbeginselen, hetgeen resulteerde in composities met een meer formalistisch karakter. De hiermee geassocieerde techniek wordt pointillisme genoemd, terwijl de bijbehorende theorie als divisionisme wordt aangeduid. De twee termen worden echter vaak door elkaar gebruikt en kunnen beide verwijzen naar zowel de stijl als de stroming zelf. Het neo-impressionisme heeft slechts betrekkelijk kort bestaan, maar had wel een grote invloed op andere kunstenaars en stromingen aan het eind van de 19de eeuw en het begin van de 20ste eeuw.
Related term
My selections

My selections

Your current selection will be lost. Are you sure?