Mainmenu

Archief Edy de Wilde

Nono de Wilde-Reinhold (1929) schonk het persoonlijk archief van haar man Edy de Wilde (1919-2005) aan het RKD.


Edy de Wilde

De Wilde, eigenlijk jurist, werd op 26-jarige leeftijd benoemd tot directeur van het Stedelijk Van Abbemuseum in Eindhoven. In 1963 volgde hij Willem Sandberg op als directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam. Onder zijn directoraat werd een wetenschappelijke afdeling opgericht en evolueerde het Stedelijk Museum tot een modern kunstbedrijf. Nadruk op actuele kunst zoals Pop Art en Abstract Expressionisme van onder andere Barnett Newman, en speciale aandacht voor vormgeving, fotografie en videokunst, droegen in belangrijke mate bij aan het toegankelijk maken van moderne en hedendaagse kunst onder het brede publiek. Dit bleek ook wel uit het grote aantal bezoekers (400.000) dat de afscheidstentoonstelling van De Wilde bezocht. Na zijn pensionering had De Wilde zitting in talrijke besturen waaronder die van De Pont Museum in Tilburg.


Het archief

Het persoonlijk archief van De Wilde beslaat de periode 1959-2002 en bevat correspondenties met nationale en internationale kunstenaars onder wie Armando, Antoni Tàpies, Richard Serra, stukken betreffende restauraties van werken van Barnett Newman en Henri Matisse, lezingen van De Wilde en (ook autobiografische) typoscripten. Het archief van De Wilde heeft raakvlakken met al bij het RKD aanwezige archieven van onder anderen kunstcriticus W. Jos de Gruyter en museumdirecteur Jean Leering, die De Wilde opvolgde bij het Van Abbemuseum.

Met het oog op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van betrokken natuurlijke personen en rechtspersonen dan wel derden, is de openbaarheid van de archiefbescheiden beperkt. Verzoeken voor inzage worden voor akkoord voorgelegd aan de schenker. Kunsthistorica Andrea Müller-Schirmer en kleinzoon Marc de Wilde waren Nono de Wilde-Reinhold behulpzaam bij het indexeren van het archief.