Mainmenu

Oude Nederlandse Tekenkunst

Ruim 350.000 foto’s, reproducties en prenten van Noord- en Zuid-Nederlandse kunstenaars uit de periode 1400 tot 1800 vormen de verzameling Oude Nederlandse Tekenkunst en Grafiek.Het zwaartepunt ligt op kunstenaars als Rembrandt en zijn ‘school’, Peter Paul Rubens, Jan van Goyen (met als apart onderdeel de nalatenschap van Hans-Ulrich Beck, 1930-2010) en Willem van de Velde I en II (nalatenschap van Michael S. Robinson, 1910-1999). Ook de prentkunst is ruim vertegenwoordigd. Daarnaast vormt de reproductiegrafiek een belangrijke bron van onderzoek. Een bijzonder onderdeel binnen de verzameling vormt de selectie afbeeldingen van glasruitjes (voornamelijk uit de 15de en 16de eeuw) en gegraveerde drinkglazen, die van belang zijn vanwege het verband met de teken- en prentkunst. De collectie in ingedeeld per eeuw, vervolgens naar onderwerp en kunstenaar c.q. vervaardiger.

Wandtapijten
Circa 30.000 foto’s en reproducties illustreren vier eeuwen productie van wandtapijten uit de Nederlanden en andere Europese landen (periode 14de tot en met de 19de eeuw). Het materiaal is afkomstig uit musea, particuliere collecties en de kunsthandel. Het grootste deel komt uit de documentatie van de Belgische kunsthistoricus Erik Duverger (1932-2004), specialist op het gebied van het Zuid-Nederlandse wandtapijt. In deze collectie bevinden zich weer (delen van) de nalatenschappen van zijn vader Jozef Duverger, en van de Münchense kunsthandel Bernheimer. Het materiaal is in de eerste plaats ingedeeld op inventor. De wandtapijten waarvan de ontwerper niet bekend is, zijn ingedeeld op periode, streek, plaats en (indien bekend) weverij.

Oude Nederlandse Beeldhouwkunst
De beelddocumentatie Oude Nederlandse Beeldhouwkunst bestaat uit circa 12.000 foto's en reproducties van sculpturen, retabels, gebeeldhouwde onderdelen van gebouwen van Noord- en Zuid-Nederlandse kunstenaars uit de periode 1100 tot 1800. De collectie bevat onder andere interessante laat-19de-eeuwse foto’s afkomstig uit de platenkamer van de Universiteit Utrecht. Deze zijn deels geannoteerd door Nederlands eerste hoogleraar kunstgeschiedenis Willem Vogelsang (1875-1954) en de nalatenschap van de beeldhouwkunst-specialist Desiré Bouvy (1915-1993). Het materiaal is in de eerste plaats ingedeeld op beeldhouwer. De afbeeldingen waarvan de inventor niet bekend is, zijn ingedeeld op periode, streek en plaats.