Mainmenu

Negentiende-eeuwse Atelierpraktijk

Waning, Kees van, 1903, Cornelis Anthonie van Waning
Citaat
Bibliotheek
Elsevier's geïllustreerd maandschrift : verzameling van Nederlandsche letterkundige kunstwerken geïllustreerd door Nederlandsche kunstenaars (Link to publicatie)
Vrije titel
Cornelis Anthonie van Waning
Begindatum
1903
Einddatum
1903
Opmerking datering
Elsevier's geïllustreerd maandschrift (juli-december 1903), p. 147-158
Trefwoord persoon
Waning, Kees van (kunstenaar)
Bosboom, Johannes (kunstenaar)
Israëls, Jozef (kunstenaar)
Henricus (kunstenaar)
Rembrandt (kunstenaar)
Moll, Evert (kunstenaar)
Koning, Arnold (1860-1945) (kunstenaar)
Arntzenius, Floris (kunstenaar)
(auteur/correspondent)
Aantal pagina´s
p. 155-156
Taal
Nederlands [TA]
Citaat
[p. 155] Sedert Van Waning in het huwelijk is getreden, had hij zijn atelier aan de Suezkade, in de onmiddelijke nabijheid van zijn vroolijke huiskamer. Daar hem echter van tijd tot tijd de onverwinlijke lust bekruipt om een kolosaal doek aan te leggen met veel lucht en veel water, begon hem op zijn oude atelier de ruimte te ontbreken en vond hij een grootere werkplaats, met mooi licht, in 't Oog-in-het-zeil-straatje. Daar spoedt hij zich gewoonlijk heen, wanneer hij een pracht van een lucht of een wolkeffect in 't hoofd heeft, die hij even op het doek wil aansmeren, of als hij, evenals Jaap Maris dat deed, een lucht zoo door en door van buiten kent, dat hij uren lang voor zijn ezel zit om zijn vizioen in toon om te zetten. Dat atelier van Van Waning is zeer eigenaardig behangen met tal van souvenirs van vrienden. Een eereplaats nemen in de miniatuurportretten van zijn overgrootouders en de beeltenissen van de grootmeesters Bosboom en Israëls, die Van Waning als een soort van halfgoden vereert. Maar dan hangen er ook studies en krabbels van zijn vrienden. Ik zag er de eerste krabbel die Arntzenius improviseerde voor zijn teekening [Passie[i], geflankeerd door een onstuimig neergesmeten zeegolf van Morgenstjerne Münthe en een eigen studie van de bekende melkbocht aan den Bezuidenhout. Van Waning wees mij met aandrang op een merkwaardig teekeningetje van Bosboom, enkele krabbels, genoeg om het Hofje van Nieukoop voor den toeschouwer in al zijn pittoreske schoonheid te doen leven. Bosboom had zijn jongen vriend dit blaadje vereerd en hij bewaarde het als een kostbaar relequie. Omwillekeurig bleef ik stul staan voor een teekening, in 1886 gemaakt door Henricus, voorstellende [de geboorte van Christus[i]. Aanvankelijk dacht ik een mooie ets van Rembrandt voor mij te hebben, en Van Waning had moeite mij van mijn dwaling te overtuigen. In deze teekening, met zwart krijt gedaan waren nu letterlijk alle Rembrandt-kwaliteiten vereenigd: vrome stemming, geheimzinnig clair-obscur, pracht van compositie-lijnen en een rijkdom van heele en halve tinten. Ik had veel knaps van Henricus gezien, maar deze uiting van zijn rijke verbeeldingskracht en schitterende gave van uitdrukking overtrof alles wat ik tot dusver zag van dit niet tot zijn recht gekomen genie. Verder rondziende, zag ik nog aan den wand een studie voor Dordt van Van Waning; een teekening van zijn veel belovenden onlangs als werkend lid van [Pulchri[i] aangenomen leerling Evert Moll; een krijtschets van Arnold Koning, en zoo meer. Nog meer trok mijn aandacht het werk waaraan Van Waning bezig was, of dat hij eerst onlangs voltooid had. Op zijn ezel [p. 156] stond een Westlandsch moestuintje in aanleg, zeer fijn van toon, een van die mooie vondsten van onze artisten, die men zelden op een tentoonstelling of in den kunsthandel ziet, maar meestal in de ateliers van de bevriende kunstbroeders. Zoo zag ik onlangs bij Arntzenius een juweeltje van v. Waning: strandgezicht met een weelde van warmgrijzen toon. Op zijn atelier genoot ik ook van een vrij groot schilderij "De Vliet bij Voorschoten", een zeer subtiele, fijn gevoelde impressie van de lentestemming over een wijde, wijde waterplas. Er stond bijna niets op dit schilderij als water, lucht en wat groen op den voorgrond; verf zag men niet, 't was alles even teer behandeld. Maar wat schoof dat alles goed onder de lucht, hoe aangrijpend was hier de onmetelijkheid van het watervlak en het sentiment van den lentemorgen. Merkwaardig: zoo'n schilderij verkoopt Van Waning niet; wel schepen en stadsgezichten. Hij liet mij ook nog zien een paar toonvolle gezichten op Enkhuizen, leuk met die oude brug, wegdommelend in den avondschemer, en een ondergaande zon na een warmen dag, waarin hij een poging had gedaan om de violette kleurschittering in toon te houden. In zijn schetsboeken bladerend, vond ik daar geheel Nederland met zijn schilderachtigste plekjes in krabbels vertegenwoordigd. En toen weer opziend, trof mij een portret in olieverf van den schilder, en een dito beeltenis van een jonge dame. Ik vernam van den schilder, dat hem nu en dan de fantaisie bekruipt om zijn studies op de teekenavonden van [Pulchri[i] naar figuur weer op te vatten en zijn hart op te halen aan het schilderen van koppen. Wat ik van hem zag, maakte op mij den indruk, dat Van Waning ook in die richting zou slagen. Hij zorge er echter voor, dat hij het niet doet met opoffering van de majestueuze luchten. Dat is zijn toekomst en daar ligt de weg, die zijn reputatie van knap stads- en riviergezichtsschilder zal bevestigen.
Trefwoord
schildersatelier (werkruimte); atelier-adres; kunstenaarsatelier; atelierbezoeker; studieschets; talent; schilder; schilderij; tekening; verkopen; vriendschap; naamsbekendheid; licht in het atelier; licht in het schilderij; schildersezel

Reacties

Geen reacties

Mijn selecties

Mijn selecties

Uw huidige selectie zal gewist worden. Wilt u doorgaan?