Mainmenu

Negentiende-eeuwse Atelierpraktijk

Sadée, Philip, 1893-01-01, Philip Lodewijk Jacob Frederik Sadée
Citaat
Bibliotheek
Elsevier's geïllustreerd maandschrift : verzameling van Nederlandsche letterkundige kunstwerken geïllustreerd door Nederlandsche kunstenaars (Link to publicatie)
Vorm
tijdschriftartikel
Vrije titel
Philip Lodewijk Jacob Frederik Sadée
Begindatum
1893-01-01
Einddatum
1893-06-30
Opmerking datering
1893, dl. 1 (januari-juni)
Trefwoord persoon
Sadée, Philip (kunstenaar)
Berg, Jacobus Everhardus Josephus van den (kunstenaar)
Cool, Thomas Simon (kunstenaar)
Gram, Johan (kunstenaar)
Kachel, Johann Wilhelm Friedrich (kunstenaar)
Famars Testas, Willem de (kunstenaar)
Scheltema, Taco Jan (kunstenaar)
Gram, Johan (auteur/correspondent)
Taal
Nederlands [TA]
Citaat
Ruim veertig jaren geleden zaten op een zomermorgen een vijftal jongelui op een tot schildersatelier gepromoveerden zolder, op de Houtmarkt in den Haag, eene studie te schilderen naar model, dat onder het volle licht van het raam geplaatst was. Men had aan de forsche mannengestalte de houding gegeven van Mutius Scaevola, op het oogenblik dat de onversaagde Romein zijne hand manhaftig in 't vuur steekt. Mutius Scaevola, die in de gewone samenleving op den naam van Hein antwoordde en de gecombineerde betrekking van apothekers-loopknecht en lantaarnopsteker vervulde, stond daar, met geenerlei besef van zijn gewichtig emplooi, in de Romeinsche tunica, zijne rechterhand koelbloedig op een tabaks kistje - de gefingeerde vlam - houdende, dat wederom op eene kreupele turfkist steunde. Even weinig als Hein op den overschrokken Romein geleek, dien hij, door de omstandigheden gedrongen, hier voorstelde, evenmin had de ledige, ongezellige kamer eenige gelijkenis met een aangenaam, prettig ingericht schildersatelier. Langs twee smalle, krakende trappen bereikte men deze duiventil, die in twee lage vertrekjes verdeeld was. De oorspronkelijke grijs geverfde muren hadden aan de weelderige fantasie der rapins een ruim veld geboden, en waren met omtrekken in wit krijt, met geschilderde beeldjes, karikaturen, afschraapsels van ' palet en namen van modellen bedekt. In een hoek stond een koperen scharnieren in elkaar gezet geraamte, dat op het voorhoofd het satiriek opschrift: "voormalig millionair" droeg. Dit was het atelier van den schilder J.E.J. van den Berg, door de Haagsche kunstenaarsbent "de professor" en door zijne leerlingen "de baas" betiteld. Het vijftal studenten in de schilderkunst, die zoo vlijtig zaten te werken, waren: Tom Cool, Taco Scheltema, Kachel, de Famars Testas en de schrijver dezer causerie. Van den Berg was aanbidder der klassieke kunst, de verkondiger der leer, dat zonder ernstig wetenschappelijken grondslag geen waarachtig kunstwerk tot stand komt. Vorm en karakter der dingen, bovenal van het menschbeeld, zoo leeraarde hij, kon men slechts leeren kennen door de samenstelling er van nauwkeurig te studeeren. Al dat romantisme, hetwelk hij om zich heen zag woekeren, veroordeelde, minachtte hij. Als men hem in zijne werkkamer, die slechts een zeer spaarzaam licht uit het middelste bovenraam ontving, aan eene tafel zag zitten, met passer en driehoek in de hand, verdiept in een perspectivisch vraagstuk, dan deed die sombere, bleeke man eerder aan een moderne Spinoza dan aan een naneef van Jan Steen of Ostade denken. Een grijnzend geraamte in een duisteren hoek een paar oude folianten, enkele schilderstudiën uit Italië - dit vormde den stillen achtergrond voor de ernstige figuur, die zich meer en meer uit de wereld had teruggetrokken om zich in de theoriën en de wetenschappelijke zijden der kunst te verdiepen. Onze professor, vereerder van David, eerbiedige volgeling van Scheffer, zijn hoogste kunstgenot in de antieken, in een Venus de Melos of een Apollo vindende - onze professor was steeds door tal van leerlingen omringd. En al leidt ook ten slotte elke weg naar Rome, menige verzuchting is er op die twee bovenkamertjes geslaakt, als men dagen en dagen over ontleedkunde, proportie en doorzichtkunde, het water en brood der kunst, gebogen zat, in plaats van met een palet in de hand vroolijk en lustig te mogen schilderen. De "baas" was echter onverzettelijk. Schilderen is teekenen met kleur, leeraarde hij, en hoe zal iemand ooit iets goeds kunnen voortbrengen, indien zijne hand den vorm der aftebeelden dingen niet eerst nauwkeurig heeft leeren weergeven. Dan gaf hij ons de levensverhalen van groote kunstenaars, van Michel Angelo, Leonardo da Vinci of anderen, om ons te overtuigen, met welk ijver en volharding die oude kunstenaars wetenschappelijke grondslagen beoefend hadden.. Op dien bewusten morgen trad de "baas" in zijn wijde zwart fluweelen kamerjapon, de barret van dezelfde stof, de voorkamer binnen, gevolgd door een blonden jongen van een jaar of vijftien, dien hij met vriendelijk gebaar aan ons voorstelde. "Jongelui, ik kom je een nieuwen kamaraad voorstellen: Sadée, die zich ook aan de kunst wil wijden." Mutius Scaevola monsterde den acolyt met een brutalen blik, de leerlingen stonden op, wisselden een handdruk met den nieuweling en - de pasaangekomene werd geïnstalleerd in het achterkamertje, het verblijf der debutanten, waar een koffer met menschenbeenderen en een schooltafel voor het perspectief-teekenen het als het vagevuur der theoretische vakken stempelden. Hier moest de nieuw-aangekomene zijne krachten aan het teekenen naar een pleistermasker beproeven. Tevens diende hij er gepantserd te zijn tegen al de plagerijen en aanvallen der oudere rapins van het voorkamertje, die niet verzuimden nu en dan den Benjamin eens bij den neus te nemen of een andere grap ten zijnen koste uit te halen. Toen echter het pleistermasker zoo juist en nauwkeurig op 't papier stond, en de eenvoudige vijftienjarige, zonder zoo juist en nauwkeurig op ' papier stond, en de eenvoudige vijftienjarige, zonder een zweem van pedanterie of bewustheid van zijn bijzonderen aanleg, aan de ouderen hun oordeel vroeg, gevoelden deze dadelijk sympathie voor den nieuweling en werd de onderlinge verhouding al spoedig vriendschappelijk. De "baas" koesterde den Benjamin aan zijn hart, want al hetgeen de meester onontbeerlijk voor de degelijke opvoeding eens kunstenaars achtte en vol overtuiging predikte, werd door dezen leerling met onbeperkt vertrouwen in de autoriteit des leeraars gedaan en betracht. Al lokten hem ook nog zoo onweerstaanbaar verf en penseelen - wanneer de "baas" het noodig achtte, omgordde hij zijn boetelingspij en leefde dagen achtereen in de dorre woestijn der ontleedkunde en perspectief. En toch, zoo ooit de leerlingen van eenig atelier de waarheid van het: "Chassez le naturel, il revient au galop" bewezen hebben, dan voorzeker de kweekelingen van den geleerden en voortreffelijken van den Berg.
Trefwoord
atelier-inboedel; technisch vaardig (geschilderd); kunstenaarsmodel; in het atelier werken; tekenen; daglicht; lijnvoering (tekening); perspectief; atelieropleiding

Reacties

Geen reacties

Mijn selecties

Mijn selecties

Uw huidige selectie zal gewist worden. Wilt u doorgaan?