Mainmenu

Negentiende-eeuwse Atelierpraktijk

Anoniem, 1843
Citaat
Bibliotheek
Oudar : chronique des lettres et des arts
Begindatum
1843
Einddatum
1844
Trefwoord persoon
Anoniem (auteur/correspondent)
Aantal pagina´s
p. 21
Taal
Nederlands [TA]
Citaat
Als de voornaamste kluister, die de Kunst belet haar hoogste vlucht te nemen is, op p. 57 van den tweeden jaargang dezer Chronijk, het gebrek aan ontwikkeling van theoretische denkbeelden bij de beoefenaars der Kunst, en aan hieruit geborene volharding in het vervolgen van den eens gekozen weg - met nadruk aangewezen, en verwerpelijk gemaakt. [...] Op tweërlei wijzen drukt de minachting van vele kunstenaars voor al wat naar theorie zweemt zich uit: en dat is 1o in hun Studie; 2o in hun Werk. Men zal immers voor een oogenblik deze onderscheiding wel willen aannemen? - Zoowel de [[Opvoeding[italics]], de oefening en toerusting, als het eigenlijke [[Bedrijf[italics]] van den Kunstenaar, dragen de kenmerken van het verkeerde beginsel, of liever van het gebrek aan beginsel, dat hem eigen is. Over het eerstgenoemde werd, zoo in deze als in andere bladen, die der Kunstgewijd zijn, bij herhaling gesproken; en ofschoon men niet altoos het bewijs vindt geleverd, dat bedaard overleg, eene verstandige beproeving en methodieke aanwending onzer krachten raadzaam zijn voor al wie zich tot Kunstenaar vormen wil - zoo kan het niemand, die eenigzins met de geschiedenis der Kunst bekend is, moeilijk vallen er dit voor zich uit op te maken. Een nader onderzoek vorderen (naar wij gelooven) de blijken, die elk bijzonder voortbrengsel, die eenigzins met de geschiedenis der Kunst bekend is, moeilijk vallen er dit voor zich uit op te maken. Bovendien kan dikwerf de gebrekkigheid van een kusntwerk niet aan de [[Opvoeding[italics]], de oefening en toerusting des Kunstenaars geweten worden: wij hebben er gekend, die, in hun redeneeringen eene volledige theorie lieten doorschemeren, en toch, blijkends hun werk, die nimmer van vruchtbare toepassing maakten; ook hebben wij alleen het recht over de volvoerde, en als zoodanig voorgestelde kunststukken uitspraak te doen - want is een kunstwerk in zichzelf onberispelijk, dan mag, bij de beschouwing, het gebrek aan theoretische studie, aan een beredeneerden gedragsregel, in den den vervaardiger, geen invloed op ons oordeel oefenen. Kennen wij dus den boom aan zijne vruchten! KOMPOZITIE - Een vreemd woord! merkt de wrevel van een bejaard penseelvoerder aan. Niet, dat mij duister zou zijn, wat er meê bedoeld wordt - verre van daar! Maar men neoemde het ORDONNANTIE in mijnen tijd. - Wij vragen u vergeving, Mijnheer! mogen wij wel eene kleine onderscheiding maken? Wij gelooven, dat [[ordonnantie[italics]] alleen de [[uiterlijke samenstelling[italics]] bedoelt, de groepeering, de lijnen, des noods het kontrast der kleuren, benevens de partijen licht en bruin. - Blijft er dan, behalven dat, nog iets ter samenstelling over? - Vraagt gij het inderdaad Mijnheer? Ja, de hoofdzaak ontbreekt nog! Kent gij de verhevene en beteekenisvolle woorden uit het boek [[Genezis[italics]] niet, waarin de Godheid zich als Schepper van een Kunstwerk aan ons openbaart, dat inniger begrepen, en in zijn [[wezen[italics]], niet in zijn [[vorm-alleen[italics]], tot model door de Kunstenaars gekozen behoorde te worden? 'De aarde was woest en ledig; Duisternis was op den Afgrond: en de Geest "Gods zweefde op de Wateren."' DE GEEST! verstaat gij dit? - Zonder GEEST, zonder GEDACHTE, plaatsen onze Kunstenaars zich achter hun ezel of schrijftafel, en galmen er of verwen er op toe tot dat zij eene Schepping hebben voortgebracht, die woest is en ledig - een duistere mengelklomp: dewijl er de barende, de bezielende gedachte, dewijl er het eerste element eener Kompozitie, dewijl er DE GEESTaan ontbreekt. Zonder waarde zijn dan ook voor hen de woorden, welke onmiddellijk op de vermelding van het uitzweven des Geestes volgen: DAT ER LICHT WERD. Zij gevoelen niet, hoe de ware Kunstenaar de Hoofgedachten voortbrengt, hoe hij daarmede de toekomstige elementen van zijn werkstuk bezielt, overstraalt, en het hem nu reeds LICHT wordt in den geest, opdat al wat hij er vormen en aan zijn beginsel onderworpen maken zal, van dat Licht [[eene reine harmonieuze kleur en gelijkmatige toonverdeeling [italics]] ontleene. Hij tast niet in den duister: maar het LIcht ziende, dat er in hem is opgegaan, zwelt er hem een traan van dankbaarheid in 't oog voor den Oppersten Geest, die het hem geschonken heeft: hij ziet, in zijn verrukking, er zijne toekomstige Schepping, met haar geslachten en soorten, in opleven; dat Licht is hem lief - want het is uit God en uit hem-zelven, en hij ziet, dat het goed is. KOMPOZITIE is samenstelling uit Geest en uit Stof: een ontstaan als dat van de Natuur, van den Mensch, van de hoogste uitdrukking der Godheid in het Stoffelijke - den Christus. Die daarbuiten wil gaan - die of te veel van het geestelijke, of te veel van het stoffelijke, in zijn kunstwerken opneemt - mistkent de wijsheid van God in het organisme der waereld, of vindt er behangen in een wanvormige schakel in de keten der menschheid te hechten. Wij zijn Geest en Stof: wij zijn Denkers en Handwerkers; de Zaag voegt on szoo wel als de Luitpen. Wij moeten ook niet trachten alleen de Kunstenaar, en bijaldien Kunstenaar, alleen Denker of alleen Arbeider, of alleen zanger, of alleen schilder te zijn: wij moeten (wij, zoowel als ieder ander) MENSCH wezen, doch met eene menscheid, die zich het sterkst aan dusdanige zijde kan uitdrukken als onze bijzondere aanleg, als de maatschappelijke plaats, die wij in te nemen hebben, het vordert. Het is berispelijk het aan het toeval over te laten, of wij handelen zullen, gelijk het van ons gevergd kan worden. Daar moet nagedacht! Voelen wij ons vooral Kunstenaars - dan is het niet genoeg, dat we schrijven, dat we schilderen: dan moet er gevraagd - Hoe zullen we werken? Wat? Waarom juist dat? - En zijn wetot een andwoord gekomen - En hebben we geroepen [[chacun se doit à tous![italics]] En heeft de Kunstenaar van den Geleerde en van den Filanthroop ontleend, wat hem behulpzaam kan zijn, om zoo te werken als zijn plicht het meêbrengt: - dan neme hij het Boek der Schepping ter hand, en vrage van God het vuur voor zijn steenen outer, en uit Geest en Stof, op eene bovennatuurlijke wijze vermengd en vereenigd - DE GEESTHET STOF BEZIELENDE, HET STOF DEN GEEST VERBEELDENDE - brenge hij Kunststukken voort! En die anders handelt, is geen waardig Kunstenaar, is niet Mensch, gelijk hij behoort. De Geest, het Hemelsche vuur, moet bij een Kompozitie, in overéénstemming met onzen aard, een hoofdbestanddeel zijn. Verwerpt ze uit den tempel der Kunsten, die eene andere leer durven prediken. [...]
Trefwoord
compositie; geest

Reacties

Geen reacties

Mijn selecties

Mijn selecties

Uw huidige selectie zal gewist worden. Wilt u doorgaan?