Mainmenu

Negentiende-eeuwse Atelierpraktijk

Witsen, Willem, 1921-03-09
Citaat
Archief
Brievencollectie Jan Veth
Vorm
brief
Begindatum
1921-03-09
Einddatum
1921-03-09
Trefwoord persoon
Witsen, Willem (kunstenaar)
Veth, Jan (ontvanger/aangeschrevene)
Witsen, Willem (auteur/correspondent)
Aantal pagina´s
6
Taal
Nederlands [TA]
Citaat
[2:3] […] Voorlopig voel ‘k me nog te moe: ‘k heb mij in Batavia overwerkt met ’t portret van den G.G. ik heb er 4 weken aan gewerkt onder heel moeielijke omstandigheden. De laatste week 8 uur per dag, staande van 8 1/5 tot 5 1/5 met een uur tusschentijds voor den lunch. Alles wat ‘k heb kunnen krijgen was ’n oude school-ezel met ’n paar pennen en gaten, zoo’n driepoot, die je niet hooger en niet lager kunt stellen, zoodat ‘k voor ’t bovengedeelte nog moest uitzoeken en in de hoogte moest werken en voor ’t benedengedeelte gebukt moest staan. Als ‘k ’s avonds thuis kwam was ‘k doodop maar zóó dat ‘k niet meer op m’n beenen kon staan en alles mij pijn deed. ’t Is wel hoogst oninteressant maar voor mij alles behalve aangenaam! Mijn trouwe Marietje ging dan mijn penseelen wasschen en is mij, ook met ’t persoon van den G.G. van groot nut en ’n groote [2:4] steun geweest! Maar ’t ergste was dat dat ding mij niet losliet en ‘k er voortdurend aan moest denken, dikwijls ten koste van mijn slaap en als ‘k in slaap viel, er van droomde. Op ’n dag maakte de G.G.. de opmerking dat ’t schilderen van dat portret hem deed denken aan ’n worstelstrijd; ik vond dat aardig omdat ’t zoo raak was. Aanvankelijk had hij er geen vertrouwen in, dat merkte ‘k wel en dat was ook alweer ’n handicap – maar op ’t laatst had hij er plezier in en zei, op ’n keer: ‘ ik vind ’t een mooi schilderij!’ Hij is ’n schrander man en absoluut geen praatjesmaker; buitengewoon hoog in z’n wapens, - ik mag dat wel als ’t echt is – zeer intelligent en zeer eenvoudig. Zijn lof, zeldzaam als de lof van Allebé (vroeger jaren), deed mijn buitengewoon veel goed. Ik kan mijn vergissen en reken ook daarop, maar ‘k geloof dat ‘k ’n goed portret heb gemaakt, wel doordacht en zeer doorwerkt. Hij staat rechtop, dus toeschouwer rustig aankijkend. Hij heeft flinke, zelfs strenge oogen maar ‘n, hoewel vastberaden, toch gevoelige mond. Zijn witte uniform met gouden galors en epauletten en vele ordeteekenen en ridderorden (waaraan ‘k ’n luitig werk heb gehad) staat hem buitengewoon goed. Ik geloof dat de representatie van ’t gezag waartoe zijn persoonlijkheid zich zoo goed leent, er wel in is uitgedrukt, z’n hand rust op ’n balustrade naast zijn witte helmhoed, de andere omvat ’n rol (staats?)papieren. Die houding, die niet mooi maar wel voldoende is, heeft hij zelf bedacht en ‘k heb er niet aan willen tornen. De groote moeielijkheid van dit portret was de achtergrond. Hoewel mijn brief al te lang is en ‘k veel kans loop dat ‘k je verveel, moet ‘k hiervoor nog iets [3:5] zeggen omdat ‘k ’n concessie heb moeten doen ten koste van mijn artistiek inzicht. Bij mijn eerste bezoek in Januari, toen hij mij uit Weltevreden had laten ontbieden, hebben wij ’n lang gesprek gehad over dien achtergrond. Hij wilde absoluut de Salak de berg bij [uitnemendheid[?] van Batavia, achter zich hebben en toen ‘k vroeg waar, van uit ’t paleis, De Salak te zien was kreeg ‘k ten antwoord, dat die alleen op ’n bepaalde plaats in ’t park te zien was ‘Kunt u daar dan poseeren?’ vroeg ik? ‘Natuurlijk niet’ was ’t antwoord, ‘maar U kunt toch ’n achtergrond fantaseeren!’ Ik had daar niet veel plezier in en trachtte hem te overtuigen dat onze tijd naturalistischer is dan vroeger perioden. Ik stelde hem voor te poseeren in de mooie voorgalerij van ’t paleis en later: op ’t balcon (van de kamer die mij aangewezen werd om in te werken) met het prachtige park als achtergrond. Maar beide keeren zei hij kortaf en met ’n afwijzende handbeweging: ‘uitgesloten!’ op mijn verzoek toonde hij nog verschillende japansche en andere schermen, maar die waren, voor ’t doel, zóó ongeschikt en leelijk dat ‘k ten einde raad besloot te voldoen aan zijn verlangen en ’n achtergrond te fantaseeren met de Salak. Gedachtig Van Dyck, aan de mooie portretten van de Spaansche en italiaansche school, meende ‘k wel ’n oplossing te zullen vinden. Van uit de voorgalerij van onze kamer in ’t hotel zag ‘k de Salak dagelijks. [3:6] Dat landschap had ‘k al meermalen geteekend en geschilderd. Ik stelde mij voor dat de G.G. voor me stond op ’t balcon, verzocht Marie om daar te gaan staan; schilderde een studietje van ’t brok dat ‘k in de [xxxxxxx[?] noodig had en liet den G.G. poseeren (in de kamer waar ‘k werkte) voor ’n openstaande 1/5 deur naar ’n aangrenzende kamer waar ‘k de blinden liet sluiten. Ik kreeg toen achter zijn kop ’n niet te donkeren toon die van waarde ongeveer gelijk stond met de schaduw partijen van boomen in ’t park, die ‘k van voor mijn ezel staande, zag. Die boomen heb ‘k tamelijk wel kunnen volgen en zij konden daar staan op het terras voor mijn hotelkamer. Daar waren boomen, alleen te klein. De lichtzijde van de uniform zag ‘k in de werkelijkheid tegen ’n lichtgeschilderde deur (waarvan de andere helft openstond) en gebruikte de waarde van dat licht als de waarde van de lucht op mijn schilderij. Zoodat de toon van den achtergrond niet gefantaseerd is, alleen de voorstelling. Maar vanzelf werd ’t landschap eenigzins donker ‘Zoo heb ‘k getracht ’t probleem op te lossen, mij voorstellende dat achter hem best ’n gobelin had kunnen hangen of ’n beschilderde wand had kunnen zijn! Of dat begrepen zal worden betwijfel ‘k, maar ’t geheel doet goed en ‘k heb er nog geen aanmerking over gehoord! Houd mij ten goede dat ‘k je dit alles schrijf: ‘k voel het als ’n plicht mij te verantwoorden tegenover iemand die het kan beoordeelen. Wat de menschen zeggen (eventueel) kan mij niet schelen! […]
Trefwoord
portretteren; schildersezel; opdracht (zakelijk); licht in het schilderij; poseren; realisme (expressievorm); compositie; werkwijze kunstenaar; staand schilderen, fysieke klachten door; achtergrond (guideterm)

Reacties

Geen reacties

Mijn selecties

Mijn selecties

Uw huidige selectie zal gewist worden. Wilt u doorgaan?