Mainmenu
nederzettingen en landschappen (guideterm)
De hiërarchie Nederzettingen en landschappen bevat descriptoren voor de grootste elementen van de bebouwde omgeving, ongeacht of ze van betrekkelijk kleine grootte zijn (bijvoorbeeld: ‘ouderengemeenschappen') of een groot gebied omvatten (bijvoorbeeld 'hoofdsteden'). Nederzettingen worden gedefinieerd als alle plaatsen of gebieden, groter dan een enkel bouwwerk, die bewoond worden door mensen, en met bepaalde sociale voorzieningen. Verder bevat deze hiërarchie descriptoren voor hoofdtypen van natuur- en cultuurlandschappen. De AAT wil geen nadruk leggen op de verschillen tussen natuurlijke omgeving en cultuurlandschap. Het aanbrengen van een dergelijk onderscheid stuit vaak op problemen. Relatie met andere hiërarchieën: administratieve eenheden (bijvoorbeeld 'landen' en 'provincies') zijn ondergebracht in de hiërarchie Organisaties. Bijvoeglijke bepalingen bij of samenstellingen met sommige nederzettingen (bijvoorbeeld ‘open plattegrond’) maken deel uit van de hiërarchie Abstracte Begrippen. Descriptoren die verwijzen naar afzonderlijke planten en bomen zijn ondergebracht in de hiërarchie Materialen (bijvoorbeeld 'bamboe' of 'grenenhout'), terwijl descriptoren voor algemene vegetatie (zoals 'oerwouden' of 'struiken') hier te vinden zijn. Descriptoren voor infrastructurele voorzieningen, netwerken van gebouwen, andere structuren en uitrustingen die fysiek geordende entiteiten binnen nederzettingen en landschappen vormen (bijvoorbeeld 'busvervoersystemen') zijn ondergebracht in de hiërarchie Objectgroepen en systemen.
Ruimere term
Mijn selecties

Mijn selecties

Uw huidige selectie zal gewist worden. Wilt u doorgaan?