Mainmenu

Toeval en succes in Nederlandse kunstliteratuur (1604-1752)

Toeval was een veelbesproken onderwerp in de vroegmoderne tijd. Dat ook schrijvers over kunst, zoals Karel van Mander, Samuel van Hoogstraten, Arnold Houbraken en Johan van Gool dit een belangrijk thema vonden, was tot nu toe aan onze aandacht ontsnapt. Het artikel Success and chance in Dutch art literature (1604-1752) van Elmer Kolfin, gepubliceerd in het themanummer van Oud Holland over toeval, strategie en succes in het leven van Nederlandse kunstenaars (1600-1920), laat zien dat er veel over de relatie tussen lot en artistiek succes gesproken werd.


Kansen grijpen

Hoe moet een kunstenaar zich verweren tegen het lot en wat kan hij doen om zijn kansen op succes te vergroten? Dit was een essentiële vraag voor iedere kunstenaar. De schrijvers, die zelf ook schilder waren, kwamen met de antwoorden. Elmer Kolfin, voormalig medewerker van het RKD, bespreekt welke instrumenten volgens hen beschikbaar waren. Zijn artikel laat zien hoe ze hun argumenten onderbouwden, maar ook hoe en waarom het geloof in de doeltreffendheid van deze instrumenten geleidelijk afbrokkelde. Ze spoorden hun collega’s aan om kansen te creëren en legden ze ook uit hoe zij dat konden doen.


Verwijzingen in een cartouche

Schilder Pieter Isaacsz (1568-1625) vertaalde het grijpen van kansen in 1601 letterlijk in een cartouche rondom een portret van zijn vriend en leermeester Hans von Aachen (1552-1612). Aan de rechterkant grijpt Pictura een haarlok van Occasio (opportuniteit), Hercules staat aan de linkerkant als Fortitudo, zinspelend op de deugd van wijsheid, zoals aangegeven door de cartouche met Hercules op het kruispunt. Het sociale succes van Von Aachen blijkt uit zijn zelfverzekerde houding, zijn dure kleding en gouden ketting; een traditioneel geschenk van prinselijke mecenassen. De inscriptie rondom het portret verwijst naar de begunstiging door Rudolph II van Oostenrijk (1552-1612). Al in het begin van de zeventiende eeuw zinspeelde Isaacsz zodoende op de relatie tussen kansen, de keuzes van een schilder, begunstiging en succes.

1. Jan Saenredam naar Pieter Isaacsz, Portret van Hans von Aachen, 1601, Rijksmuseum, Amsterdam
2. Pieter Codde, Een schilder en een kunstliefhebber in gesprek, 1630, Fondation Custodia - Collectie Frits Lugt, Parijs
3. Cover Oud Holland 2022-2/3, jaargang 135


Vinden van een mecenas

Naarmate de zeventiende eeuw vorderde, werd het vinden van een mecenas gezien als de beste garantie tegen de grillen van het lot, nu de open kunstmarkt sinds het derde kwart van de eeuw in verval was geraakt. Het verwerven van succes werd dus met name beschouwd als een sociale aangelegenheid en niet zozeer als een artistieke vaardigheid, die min of meer als vanzelfsprekend werd beschouwd. Deze conclusie is verrassend consistent met recente theorieën in de sociologie en netwerkwetenschap over het onderwerp artistiek succes.

Het vinden van mecenassen vereiste speciale sociale vaardigheden, de bereidheid om rond te reizen en eventueel van schilderstijl te veranderen. Kortom, het vereiste een scherp oog voor veranderende situaties en de flexibiliteit om zich aan te passen. Of dit sociale talent al dan niet voorhanden was, werd als een kwestie van toeval gezien, terwijl begunstiging als onvast werd beschouwd. Om dit te ondervangen, probeerden auteurs kunstenaars te instrueren hoe zij bedreven netwerkers konden worden en mecenassen hoe ze betrouwbare en goed geïnformeerde partners konden zijn. Op deze manier droegen de schilder-schrijvers met hun boeken bij aan de volle glorie van kunst inde nooit eindigende strijd om (nood)lot af te weren en geluk aan te trekken. Een strijd die, in hun ogen, het leven van kunstenaars vormde.


Dubbelnummer Oud Holland

Het oudste nog bestaande kunsthistorische tijdschrift Oud Holland richt zich op kunst uit de Lage Landen van ca. 1400 tot 1920. Het nieuwe dubbelnummer staat in het teken van de manieren waarop Nederlandse kunstenaars tussen 1600 en 1920 in hun artistieke carrière actief en bewust weerstand boden aan het lot. De inleiding en vijf artikelen zijn geschreven door RKD-medewerkers en komen voort uit het RKD onderzoeksprogramma Moving Masters, in 2018-2019 geleid door Elmer Kolfin.