Mainmenu

Een greep uit de archiefdocumenten: Lucas van Leyden

De Kunstambachten in Leiden

Op 8 november jongstleden werd de afsluiting van de eerste fase van het project De Kunstambachten in Leiden 1475-1575 gevierd met een symposium in Museum De Lakenhal. Tijdens deze middag lieten verschillende specialisten hun licht schijnen op archiefdocumenten uit de periode 1475-1555, die tot op heden in het kader van dit project in RKDexcerpts (domein Leidse Kunstambachten tot 1575) zijn ontsloten. Om een beeld te geven van het soort documenten dat in de database kan worden gevonden, stelt het RKD elke drie weken een archiefdocument aan u voor. Aflevering 3 betreft de nalatenschap van Lucas van Leyden.


Gekrakeel om de nalatenschap van Lucas van Leyden

Ruzie is van alle tijden. Ook in zestiende-eeuws Leiden werd er flink wat stampij gemaakt. Soms over belangrijke zaken, soms over onnozelheden. Hoe het ook zij, heel wat keren moest de schepenbank eraan te pas komen om een uitspraak te doen. Zo ook op 22 juni 1534 in een kwestie rondom de nalatenschap van de schilder en prentmaker Lucas van Leyden (1489/94-1533).

Lucas, in de archiefstukken aangeduid als Lucas Huygenz of Lucas Hugenz en als zodanig vernoemd naar zijn vader Huge Jacopsz, was in 1533 overleden. Zijn huwelijk met Elysabeth van Bosschuysen, een vrouw uit de Leidse elite, was weliswaar kinderloos gebleven, maar dat nam niet weg dat Lucas toch een dochter had: Marytgen Lucasdr. Elysabeth was bepaald niet dik met dit buitenechtelijke kind van wijlen haar echtgenoot, want een jaar na diens dood klaagde de echtgenoot van Marytgen, de schilder Dammas Claesz, de weduwe van zijn schoonvader aan in verband met de afwikkeling van de erfenis. Elisabeth wilde er, als ‘boelhoudster vanden gemeen[en] boel’, maar geen haast mee maken. Nu was het de schepenbank die haar opdroeg een ‘guede doechtelicke ende souffisante’ inventaris op te stellen van alle door Lucas nagelaten roerende en onroerende goederen (‘te weten huysen erven / Renten / land[en] huysraet gelt zilverwerck / clederen / Juwelen / harnasch weer en[de] wapen / platen tavereelen schilderyen Instrume[n]ten ende verwen’), inclusief openstaande schulden ‘geen vuytgesondert noch buyten gehouden’. Van waar dat getreuzel?

Lucas had bij testament bepaald dat na zijn dood en die van zijn echtgenote de helft van de erfenis naar zijn vader zou gaan, mits die nog in leven zou zijn. Zo niet, dan zou de gehele nalatenschap zijn dochter Marytgen toekomen. Maar Elisabeth, zo lijkt het, had helemaal geen zin om Lucas’ buitenechtelijke dochter ter wille te zijn. Stoorde zij zich misschien aan Dammas die zich via zijn echtgenote verheugde op gratis schildersmaterialen? Uit het Kenningboek over 1534 weten we dat Elisabeth zich wél bereid had verklaard haar schoonvader een inventaris ter hand te stellen.

Pas op 18 oktober 1538, als zowel Elisabeth als Huge Jacopsz zijn overleden, komt de aap uit de mouw. Op die dag klaagt Dammas Jan van Ryswyck aan, met wie Elisabeth na de dood van Lucas in het huwelijksbootje was gestapt. Dammas is van mening dat hem inkomsten worden onthouden omdat hij niet de beschikking heeft over in het ‘bysonder […] enige coperen platen’ die onderdeel uitmaken van Lucas' nalatenschap en waar Marytgen als enige erfgename recht op heeft. Bleef Van Ryswyck in gebreke, dan eiste Dammas maar liefst 1500 gouden Karolus guldens plus vergoeding ‘van schade ende interest die hy geleden heeft en[de] noch van dage te dage lyden[de] is’. Het was Dammas en Marytgen dus om de koperplaten te doen! Niet zo gek, want nieuwe uitgaven van prenten van Lucas, die al bij leven werd geprezen om zijn virtuoze graveertechniek, betekenden een lucratieve inkomstenbron.

Of Dammas en Marytgen de koperplaten ook daadwerkelijk in handen hebben gekregen, kunnen we hooguit vermoeden. Evenals dat zij op zeker moment Lucas’ koperplaten weer van de hand hebben gedaan. In ieder geval bevonden zich rond 1550 ruim veertig stuks in het bezit van de Antwerpse uitgever Maarten Peeters, die er opnieuw afdrukken van op de markt bracht. De aanschaf zal hem zeker geen windeieren hebben gelegd. De prentkunst van Lucas bleef immers ook lang na zijn overlijden zeer gewild bij een breed verzamelaarspubliek.

  • Bekijk hier en hier de archiefstukken in RKDexcerpts

Links: Albrecht Dürer, Portret van Lucas van Leyden, gemonogrammeerd: AD, zilverstifttekening op papier, Palais des Beaux-Arts de Lille. Volgens dagboekaantekeningen van Dürer zelf portretteerde hij Lucas van Leyden juni 1521 tijdens zijn bezoek aan Antwerpen. Foto RKD.
Midden: Lucas van Leyden, De verloving, olieverf op paneel, Musée des Beaux-Arts de Strasbourg, foto RKD.
Rechts: Lucas van Leyden, De bewening, gemonogrammeerd en gedateerd: L / 1521 en voorzien van het adres van de uitgever Maarten Peeters: MPetri exc, foto Museum Boijmans Van Beuningen.