Mainmenu

The Mondrian Papers: Mondriaan, waar zit je?

Het Mondriaan Editieproject streeft naar online publicatie van de complete correspondentie en alle (theoretische) geschriften van Piet Mondriaan: the Mondrian Papers. Vanaf nu worden op www.mondrianpapers.org regelmatig nieuwsberichten en korte artikels over het project geplaatst. In de rubriek 'Achter de schermen' geven wij, Wietse Coppes (RKD) en Leo Jansen (Huygens ING), meer inzicht in wat er allemaal komt kijken bij het onderzoek van het Mondriaan Editieproject. Ter kennismaking volgt hier het eerste artikel, over het achterhalen van de verblijfplaatsen van zo veel mogelijk brieven en opstellen die in de editie kunnen worden opgenomen en de vraag of we alle Mondriaan-brieven onder ogen kunnen krijgen.


Van Catalogue raisonné naar informatie online

Om de volledige correspondentie van Piet Mondriaan online te kunnen presenteren, doen we er alles aan om te achterhalen welke brieven nog bekend zijn en waar de originelen zich bevinden. Maar hoe doe je dat?

Al het onderzoek naar Mondriaan – ongeacht het onderwerp of de invalshoek – begint bij de Catalogue raisonné ofwel de catalogus van alle werken, die in 1998 verscheen. Behalve een volledige inventarisatie van de tekeningen en schilderijen van Piet Mondriaan die toen bekend waren (met alle herkomstgegevens, materiële kenmerken, tentoonstellingen en bijbehorende documentatie) bevat dat boek een overdaad aan andere informatie over Mondriaan, waaronder een lijst van brieven die de samenstellers raadpleegden. Dat blijken er maar liefst ruim 1100 te zijn, geschreven aan 82 correspondenten.

Die samenstellers, Robert Welsh (1921-2000) en Joop Joosten (1926-2017), hadden destijds nog niet of nauwelijks de beschikking over de hulpmiddelen die het internet tegenwoordig biedt. Wat hun (of de vele tientallen collega's in hun internationale netwerken) niet fysiek onder ogen kwam, was onvindbaar of bleef in elk geval buiten zicht. Veilingcatalogi bijvoorbeeld verschijnen tegenwoordig vrijwel zonder uitzondering op internet, zodat nu relatief gemakkelijk gemonitord kan worden of en waar Mondriaan-manuscripten onder de hamer komen. Wanneer we zulke wisselingen van eigenaren signaleren, leggen we contact met het veilinghuis en zo mogelijk met de nieuwe eigenaar. Soms is het RKD in staat om dan brieven te verwerven, maar je vooraf nooit zeker of dat gaat lukken. Daarom proberen we voor de veiling naar het veilinghuis te gaan en daar de brieven te bestuderen.

1. Leo Jansen en Jeffrey Warda (Senior Conservator, Paper and Photographs) bestuderen de twee schetsboekjes van Mondriaan in de collectie van het Guggenheim Museum New York.
2. Wietse Coppes bestudeerde in 2018 het archief van kunstenhandelaar Léonce Rosenberg in Bibliothèque Kandinsky – Centre Pompidou in Parijs.


Onbekende brieven duiken op

Steeds meer archieven, musea en bibliotheken digitaliseren hun collecties en/of inventarissen, zodat we vanachter de computer brieven kunnen traceren die enkele decennia geleden nog onzichtbaar waren ondanks het feit dat ze zich in publieke instellingen bevonden. Toch streven we ernaar de originelen te bestuderen, omdat we zeker willen zijn dat we geen informatie missen. Dat kan voor mooie verrassingen zorgen. Zo vroegen we bij de New-York Historical Society ter plaatse naar de negen brieven die we online hadden gevonden in de catalogus. Na heel lang zoeken haalde een medewerker uit het archief van een New Yorkse kunsthandelaar zes brieven boven water, maar die hadden alle zes afwijkende dateringen. Bij vertrek zeiden we tegen de archivaris dat we daar wel door verrast waren. Hij kreeg toen de ingeving om nog eens te kijken in de (verouderde) kaartenbakken en jawel: hij vond negen kaartjes met de negen brieven die we aanvankelijk verwachtten. Kortom, we hadden dankzij onze fysieke aanwezigheid zes Mondriaan-brieven extra gevonden.

We zijn nu zo'n vier jaar bezig met voort te bouwen op het werk van onze voorgangers. De teller staat momenteel op ruim 1650 brieven (aan 190 correspondenten). Gezien de frequentie waarmee toch nog altijd verdwenen of zelfs onbekende brieven blijven opduiken (uit familiearchieven, of in de markt), hebben we hoop dat we over de looptijd van het project nog wel meer brieven aan dit aantal kunnen toevoegen. Maar zullen we die allemaal zelf onder ogen krijgen? Het RKD heeft zo'n 700 brieven in beheer; enkele honderden bevinden zich in andere archieven en musea in Nederland en Europa en zijn dus relatief gemakkelijk te bereiken. Dat openbare instellingen vaak hoogwaardige scans kunnen leveren (ook van enveloppen en blanco (?) achterzijden), vergemakkelijkt ons werk enorm. Maar een paar belangrijke archieven bevinden zich in de VS en we schatten nu het totaal aantal bewaarplaatsen op een kleine 300... Wat in privécollecties is, blijft sowieso lastig te bereiken en het reisbudget is natuurlijk beperkt. Of het realistisch is dat we die alle kunnen bezoeken, is de vraag.

1. In het Kröller-Müller Museum worden de brieven van Mondriaan aan Aletta de Iongh bewaard. Voor het onderzoek werden ze uitgespreid op tafel.
2. Brief van Mondriaan aan Winifred Nicholson, 5 november 1936, collectie archief Winifred Nicholson, RKD.


Mondriaans opstellen

Met de ruim 70 opstellen van Mondriaan, die ook deel gaan uitmaken van de online editie, ligt het wat anders en gelukkig ook gemakkelijker. Om te beginnen is een groot deel alleen in gepubliceerde vorm overgeleverd en is het originele manuscript verloren gegaan. In het belangrijke avant-gardetijdschrift De Stijl, dat vanaf 1917 verscheen, zagen enkele baanbrekende artikelen het licht die ook internationaal veel aandacht trokken. Zodoende werd Mondriaan ook door redacties in het buitenland gevraagd zijn ideeën over kunst en maatschappij op schrift te stellen, vooral in Frankrijk, Engeland, Duitsland en de Verenigde Staten, maar ook bijvoorbeeld Polen en Litouwen. Het overnemen van die gedrukte publicaties in onze editie is natuurlijk niet zo ingewikkeld. Maar er is ook een flink aantal teksten die we alleen kennen uit manuscripten die uit Mondriaans nalatenschap of andere archieven tevoorschijn zijn gekomen. Soms zijn dat mooi verzorgde manuscripten, in andere komen veel verbeteringen, omzettingen, gewijzigde pagineringen en andere wijzigingen voor. Of er zijn meerdere getypte versies van een tekst met verschillende correcties. Al met al kunnen zulke dingen het ingewikkeld maken om te bepalen hoe we de essays het best kunnen presenteren. Het grootste deel van deze geschreven en getypte bronnen bevindt zich in de Beinecke Rare Book & Manuscript Library in New Haven, waar we ze kunnen raadplegen. Ook het RKD bezit een aantal heel interessante manuscripten met bijvoorbeeld Mondriaans uiteenzetting voor een nieuwe vorm van kunstonderwijs.

Een van de vele interessante kanten aan de editie is de samenhang tussen brieven en opstellen. Veel brieven gaan namelijk over het schrijven en publiceren van die essays (van de algemene inhoud tot de details van de correcties), zodat je veel brieven het best begrijpt als je de teksten waar ze over gaan, erbij hebt; en om uit te leggen hoe de teksten tot stand kwamen, heb je weer die brieven nodig. Een boeiende wisselwerking. Daarover een andere keer.

Het Mondriaan Editieproject is een samenwerking van het RKD en Huygens ING, met partners in binnen- en buitenland, waaronder het Kunstmuseum Den Haag. Kijk voor meer informatie op www.mondrianpapers.org.