De dolle razernij van Ernst Stuven

ernst-stuven-header

Sinds twee jaar ontsluit het RKD met hulp van vrijwilligers de archiefaantekeningen van Abraham Bredius (1855-1946). Begin dit jaar werd het beschrijven van de excerpten die betrekking hebben op zeventiende-eeuwse kunstenaars werkzaam in Amsterdam, afgerond. Inmiddels zijn we begonnen aan de excerpten die Bredius maakte op basis van archiefstukken die hij in andere stedelijke archieven aantrof, zoals in Den Haag, Delft, Leiden, Haarlem, Middelburg en Dordrecht. Ter afsluiting van Amsterdam keren we nog eenmaal terug naar de van oorsprong uit Hamburg afkomstige schilder Ernst Stuven (ca. 1657-1712), die al eens eerder in een nieuwsbericht figureerde.

Een humeurige schilder van bloemen

Wie de bloem- of andere stillevens van Ernst Stuven in ogenschouw neemt, gaat er welhaast voetstoots vanuit dat de schilder een blijmoedig karakter moet hebben gehad. Kleurrijke weelderigheid laat zich immers moeilijk rijmen met chagrijn. Ernst Stuven, zo komt uit Bredius’ archiefaantekeningen naar voren, bleek beide eigenschappen in zich te verenigen. Klaagden zijn buren aan de Amsterdamse Nieuwe Prinsengracht in 1688 al dat zijn gedrag gekmakend was, zijn leerling Willem Grasdorp (1678-1723) joeg hij een decennium later de stuipen op het lijf.

Het begon ermee dat Stuven het leven van zijn leerling zo zuur mogelijk trachtte te maken. Kennelijk had Stuven helemaal geen zin om zich te houden aan het contract dat Willems moeder en stiefvader voor de duur van drie jaar met hem hadden afgesloten en deed hij zijn uiterste best een aanleiding te vinden om het contract weer te kunnen ontbinden. Het was namelijk niet ongebruikelijk dat in leerlingencontracten bepalingen werden opgenomen die stipuleerden dat er een afkoopsom moest worden betaald in het geval de leertijd voortijdig werd beëindigd, bijvoorbeeld omdat de leerling te weinig vlijt aan de dag legde, over te weinig aanleg bleek te beschikken, stal of wegliep. Dat een voortijdige beëindiging lucratief kon zijn, bewijst een excerpt dat Bredius maakte van een contract dat Stuven in 1689 met Rynhold Muller afsloot. Hierin bedong Stuven dat Muller hem maar liefst duizend gulden moest betalen indien Muller vroegtijdig een punt zou zetten achter de overeengekomen leertijd van drie jaar.

ernst-stuven-gallery-1
1. Jan Stolker naar J. Hoogzaat, Portret van de schilder Ernst Stuven, verblijfplaats onbekend
2. Ernst Stuven, Bloemstilleven, Národní Galerie, Praag
3. Ernst Stuven, Stilleven met fruit, Hamburger Kunsthalle, Hamburg

Tot wanhoop gedreven

Op zeker moment was Willem de wanhoop zo nabij dat hij stiekem een brief schreef aan zijn moeder in Zwolle, die daarop met haar echtgenoot en diens kompaan naar de Bloemgracht in Amsterdam afreisde om haar zoon bij Stuven weg te halen. Stuven weigerde echter elke medewerking. In plaats daarvan bekogelde hij Willems stiefvader Albertus Bolte en diens metgezel Claes Vetkamp met stenen die hij van de opgebroken straat had opgeraapt. Stuven liet hen weinig andere keus dan naar de schout te gaan. De afgevaardigde van de schout, zo noteerde Bredius op basis van een verklaring die Grasdorp, Bolte en Vetkamp op 8 juli 1698 bij notaris Joannes van Geuns lieten vastleggen, ‘werd eveneens op gaten in zijn hoofd en andere kwetsuren onthaald’. ‘Stuven’, zo lezen we verder in Bredius’ excerpt, ‘stelde zich aan alsof hij krankzinnig was en zeide o.a.: ik ben scherpreghter van Godt gestelt … ik moet het onnosel bloet dat vergoten is aan U vreecken’, waarop hij Willem met een penseel door de wang stak en bovendien dreigde met een degen te doorboren. Claes Vetkamp kreeg van Stuven naar zijn hoofd geslingerd dat hij diens ‘hart uyt syn lichaem zoude halen en de darmen om syn armen winden en daermede [diens] vrouw in haer aengesight [zou] goyen’.

Kwade dronk

Als we Arnold Houbraken erop naslaan, die in zijn Groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen uitgebreid over het voorval verhaalt en naar eigen zeggen een deel van de gebeurtenissen rechtstreeks uit de mond van Grasdorp optekende, had Stuven een bovenmatig kwade dronk. Dat is niets teveel gezegd, want het verhaal is bij Houbraken nog absurder: met zijn gezicht en handen angstaanjagend rood geschilderd was Stuven ’s avonds aan het raam verschenen, waar zich een nieuwsgierige menigte had verzameld. Het onschuldige bloed dat Stuven op zijn leerling wilde wreken sloeg op de bloedige wijze waarop het Amsterdamse stadsbestuur in 1696 het zogenaamde Aansprekersoproer had neergeslagen. Na een bange nacht, waarin Grasdorp er niet in was geslaagd het huis te ontvluchten, werd hij door Stuven, ‘die als een verwoede draak [op hem kwam] aanvliegen’ bij zijn haar gegrepen, over de grond gesleept en met een penseel door zijn lip gestoken ‘dat hem ’t bloet langs de kin afgudste, waar door hy het op een schreeuwen stelde. Dog dit werd hem door den dollen wel haast belet, die hem de strot wel zoo digt toe hield dat hy byna geworgt was’. Uiteindelijk wisten de buren Stuven zodanig af te leiden dat Grasdorp via een raam kon ontsnappen.

De stadsmagistraten, zo lezen we verder bij Houbraken, hadden inmiddels bevolen dat Stuven, die het kennelijk ook al bont had gemaakt tijdens het Aansprekersoproer en de daarop volgende plundering van het huis van burgemeester Jacob Boreel, dood of levend moest worden ingerekend. Doordat Stuven zich niet zonder slag of stoot gewonnen gaf, verliep zijn arrestatie met veel geweld. Ten langen leste werd hij gewond en gekneveld en op een ‘Sleetje (want gaan en wilde hy niet)’ naar het cachot afgevoerd. Zijn ontembare razernij leverde hem een fikse gevangenisstraf op en een verbanning uit Amsterdam.

ernst-stuven-gallery-2
1 & 2. Excerpt door Abraham Bredius over Ernst Stuven, gebaseerd op een verklaring afgelegd door Claes Vetkamp, Albertus Bolte en Willem Grasdorp op 8 juli 1698, uit het archief van de Amsterdamse notaris Joannes van Geuns, collectie RKD, archief Abraham Bredius
3. Laurens Scherm, Plundering van het huis van Jacob Boreel tijdens het Aansprekersoproer, Rijksmuseum, Amsterdam

Fraai uitgedost ten strijde

Al grasduinend door de excerpten die Bredius van akten betreffende Stuven maakte, treffen we nog een mooie beschrijving aan van Stuvens uitdossing tijdens het Aansprekersoproer uit het protocol van notaris Joan Hoekeback: ‘een swarte lakense rok en swerte broeck, daarover muscus couleurde greine surtout [overjas van ruw geweven stof] met een groote opgeknoopte paruyk [pruik] en groot[ge]rande hoet […] met een paer leere styve hantschoenen en bruyne rotting [wandelstok] met swerte knop’. Overigens wist Stuven, zo blijkt uit een andere akte opgemaakt door notaris Hoekeback, een flink aantal medestanders op te trommelen die voor hem verklaarden dat hij alleen maar had toegekeken toen het huis van burgemeester Boreel door oproerkraaiers werd bestormd. ‘Hij had’, zo noteerde Bredius in zijn excerpt, ‘integendeel dikwijls gejammerd en geklaagd over het ruïneren der meubelen en der schilderijen’.

Meehelpen?

Zulke kleurrijke figuren als de schilder Ernst Stuven waren vanzelfsprekend niet enkel voorbehouden aan Amsterdam. Ook andere steden zullen bevolkt zijn geweest met dergelijke types. Nieuwsgierig geworden? Doe mee aan het crowdsourcingsproject Brediusaantekeningen. Voor meer informatie en aanmelden klik hier.

ernst-stuven-gallery-3
1. Toegeschreven aan Pieter van den Berge, Plunderaar uit het Aansprekersoproer, Rijksmuseum, Amsterdam
2 & 3. Excerpten door Abraham Bredius over Ernst Stuven, gebaseerd op akten uit het archief van de Amsterdamse notaris Joan Hoekeback, collectie RKD, archief Abraham Bredius